Re-integratie – zin of onzin?

Re-integratie is al jaren een veel besproken onderwerp binnen het publieke debat. Sceptici beroepen zich in deze discussies op debacles zoals die van vier miljoen in Oost-Groningen en het feit dat in veel gevallen werkzoekenden ook op eigen kracht een baan vinden. Voorstanders benadrukken de maatschappelijke functie die het vervult en het feit dat re-integratie de kloof tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt overbrugt. Beide partijen vallen terug op onderzoeken, waar het rendement van reïntegratietrajecten soms gunstig, en soms ongunstig uitvalt.Daarnaast staat het onderwerp ook hoog op de politieke agenda.

Donner is zich al wezenloos geschrokken toen hij hoorde hoeveel geld er omgaat in re-integratie van werkzoekenden (opmerkelijk trouwens dat hij dat pas in zijn derde jaar als verantwoordelijke minister hoort!). En de komende jaren zal dit budget alleen maar meer onder de het vergrootglas komen te liggen, nu de opvolger van Wouter Bos al die miljarden moet terughalen die tijdens de economische crisis kwistig zijn uitgegeven. En wat is dan gemakkelijker dan bezuinigen op iets waar men toch al sceptisch over is?

Toch zou ik de politiek – landelijk én regionaal – willen vragen voorzichtig te zijn en niet al te kort door de bocht te gaan. Toegegeven: niet alle trajecten zijn even effectief. En ook toegegeven: niet alle reintegratiebureaus kwijten zich met dezelfde toewijding en deskundigheid van hun taak. Helaas zit ook hier kaf tussen het koren en lijkt het voor sommige bureaus alleen maar een gemakkelijke manier om extra inkomsten te plukken.

Maar, ik heb met eigen ogen gezien wat re-integratie wél oplevert! Na zo’n 800 trajecten binnen de Kennispool en andere werkervaringstrajecten voor hogeropgeleiden te hebben uitgevoerd, durf ik mezelf wel een insider te noemen. En hoewel – helaas – ook bij ons een 100% score niet haalbaar blijkt, kan ik aangeven dat bij verreweg het allergrootste deel van de deelnemers:

  • Zelfkennis toeneemt
  • Zelfvertrouwen groeit
  • (Mentale) drempels worden geslecht
  • Nieuwe werkvelden worden verkend en nieuwe ideeën worden onderzocht
  • Nieuwe netwerken worden aangeboord
  • Met nieuwe energie wordt gesolliciteerd

Dit alles leidt tot een aanzienlijk hogere baankans van de deelnemers. Dit zien we –

over de periode 1994 tot 2009 – ook terug in de uitstroomcijfers. En een snelle

verkenning bij een aantal vakbroeders leert dat wij hierin – gelukkig – niet de enige zijn .

Samenvattend: reintegratie heeft wél zin! De maatschappij investeert in toekomstig arbeidspotentieel (en laten we wel zijn: zodra de crisis voorbij is hebben we dit potentieel weer hard nodig!) en verkleint de kloof tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Het Uwv en de Gemeenten als voornaamste opdrachtgevers hebben echter wel een taak om door een strenge toetsing het kaf en het koren te scheiden. Gelukkig zijn hierin de eerste stappen al gezet.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *