Een zwerm spindoctortjes

Wij leven in een mediacratie. Volgens Wikipedia betekent dit dat de macht ligt bij diegene die de publieke opinie weet te beïnvloeden via de media. Dit doet zich het meest gelden in tijden van verkiezingen: campagnetijd.

Bij het begrip media denken veel mensen aan kranten, radio en televisie. En jarenlang gold dat deze massamedia inderdaad een zeer belangrijke rol vervulden voor de Nederlandse politiek. De media bepaalden niet alleen wát het publiek te zien en lezen kreeg, maar ook hoe.

De subjectieve politicus probeert zijn boodschap zo mooi mogelijk te verpakken. Logisch, als verkoper van die boodschap wil hij stemmen binnenhalen. Als de feiten echter niet kloppen, zet de politicus zijn betrouwbaarheid op het spel, wat dodelijk kan zijn in de verkiezingsrace. Aan de journalistiek de taak om deze feiten te checken, de boodschap van franje te ontdoen en dit nieuws aan het publiek te presenteren. Objectief. Dat is wat de journalist van de commentator onderscheidt.

Ook voor de journalist geldt dat zijn betrouwbaarheid op het spel staat, maar de gevolgen zijn veel minder groot. Waar collega-politici en journalisten er als de kippen bij zijn om de geloofwaardigheid van een Cohen of Rutte in twijfel te trekken, komt de gemiddelde journalist nog wel weg met halve waarheden of onjuiste cijfers.

Maar het medialandschap verandert. Steeds minder mensen lezen een krant. Steeds meer mensen prefereren x-factor boven politieke actualiteiten. Kijk- en verkoopcijfers zijn uiteindelijk de harde criteria waar het journaille op afgerekend wordt en een flinke rel helpt om deze op te krikken. Goed nieuws is geen nieuws en dus worden fouten genadeloos uitvergroot om de aandacht maar te trekken. Zelfs de vuilniszakken van de lijsttrekkers zijn al niet meer veilig.

Het gevolg is wel dat het vertrouwen van de politiek in de media onder druk staat. En de politiek heeft hierop gereageerd door eigen kanalen richting de kiezer te creëren. Politici starten eigen blogs, twitteren rechtstreeks met kiezers en passeren aldus het journaille. Het CDA is zelfs een eigen radiostation gestart.

Daarnaast worden leden en sympathisanten steeds actiever als politiek commentator.Waar kranten vroeger nog een selectie van de ingezonden brieven konden maken, wordt nu online veel en direct gereageerd. Vroeger had een partij 1 of meer spindoctors, tegenwoordig fungeren twitterende partijleden als een zwerm spindoctortjes die tijdens en na debatten of politieke uitzendingen alles net zo lang draaien tot het ze uitkomt.

De Netwerk uitzending van afgelopen week laat prachtig zien wat er aan de hand is. Het noodlijdende programma kiest ervoor om de lijsttrekkers te ‘bashen’ om de aandacht te trekken en neemt het daarbij niet zo nauw met ethiek of zelfs maar behoorlijke journalistiek. De betrokken politicus Rutte reageert furieus en ontketent daarmee een horde twitteraars die in alle toonaarden de geloofwaardigheid van Netwerk ondermijnen. Terecht, als je de VVD mag geloven. Terecht, als je ethische journalisten mag geloven: één bron is géén bron.

Je kunt vinden van bloggende en twitterende politici wat je wil, maar het is wel eerlijk: De lezer wéét dat dat de boodschap gekleurd is. De rol van intermediair lijkt voor de journalist uitgespeeld: ‘They cut out the middle man’. Ik ben benieuwd welke rol de journalist nu gaat oppakken. Laten we hopen dat hij doet wat een journalist hoort te doen: fact-checking.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *