Social return

De overheid is een grote opdrachtgevers voor tal van bedrijven. Ze legt wegen aan, bouwt scholen, organiseert evenementen en initieert per jaar talloze activiteiten waarbij bedrijven of instellingen de kans krijgen om werk uit te voeren. Denk in Groningen daarbij nog een aan bijvoorbeeld de Regiotram en het Groninger Forum waarbij enorme bedragen gemoeid zijn en het is duidelijk dat de overheid fungeert als belangrijke en vaak ook belangrijkste opdrachtgever van het bedrijfsleven.

Hier ligt voor de overheid een prachtige kans om haar economische doelstellingen en haar maatschappelijke verantwoordelijkheid hand in hand te laten gaan. Die kans heet Social Return, ook wel sociale aanbesteding genoemd.

De gebruikelijke route – in ieder geval voor de grotere projecten – is dat de overheid een aanbesteding uitschrijft waarop bedrijven in kunnen intekenen. Deze aanbestedingen geven alle randvoorwaarden weer waaraan de bedrijven moeten voldoen om het beoogde werk te mogen uitvoeren. Meestal gaat het hier om de ‘harde’ eisen: kwaliteit, levertijd, kosten.

Het staat de overheid echter vrij om deze eisen aan te vullen met voorwaarden die een meer maatschappelijk karakter kennen. Voorwaarden die de opdrachtnemers stimuleren om naast de harde eisen ook rekening te houden met maatschappelijke factoren, zoals kansen gunnen aan werkzoekenden, invullen van leerbanen of anderszins. Een goed voorbeeld hiervan geeft de Provincie Groningen, die bij veel projecten de aanvullende voorwaarde stelt dat minimaal X % van de personele bezetting voor het project dient te worden ingevuld door leerlingen uit het leerlingwezen of door personen met een zekere afstand tot de arbeidsmarkt. Groningen Seaports is ook een organisatie die de sociale aanbesteding al langer heeft omarmd.

De voordelen van deze constructie zijn duidelijk: mensen met afstand op de arbeidsmarkt krijgen een kans die ze anders niet zouden hebben gehad en doen daarvoor relevante werkervaring en netwerken op. Daarnaast, en misschien nog wel belangrijker, doen bedrijven op deze wijze ervaringen op met het inzetten van mensen die een extra zetje nodig hebben. Indien deze ervaringen positief zijn, kunnen zij dit ook voor andere werken gebruiken en ontstaat en zichzelf versterkend maatschappelijk effect. In meer 50% van de gevallen komen de ingestroomde deelnemers in (vaste) dienst van de deelnemende bedrijven.

Zijn er ook nadelen? Jazeker, die zijn er ook. Niet iedere werkzoekenden is voldoende gekwalificeerd of gemotiveerd. Bij sommigen is door de tijd de afstand tot het werkzame leven zo groot geworden, dat zij opnieuw moeten ‘leren te werken’. De kans op grotere faalkosten wordt daardoor vergroot. En eenmaal opgedane negatieve ervaringen, zo leert de ervaring, etteren helaas lang door.

Toch zou dit geen reden moeten zijn om het niet te doen. Wel betekent het dat er voldoende begeleiding en achtervang georganiseerd moet worden om de mogelijke risico’s te verkleinen. Om Social Return te laten slagen, is daarom van belang:

  • Zorg voor een zorgvuldige selectie: is de betreffende werkzoekende inderdaad geschikt?
  • Zorg voor adequate begeleiding gedurende de duur van het project.
  • Zorg voor regelmatige terugkoppeling naar de opdrachtgevers en ga met elkaar om tafel om de gerezen knelpunten tijdig bij te sturen
  • Evalueer de ervaringen na afloop grondig zodat deze als basis kunnen dienen voor toekomstige aanbestedingen.

Social Return biedt, mits zorgvuldig georganiseerd, kansen voor zowel het bedrijfsleven als de maatschappij in bredere zin. Het wordt al regelmatig toegepast, maar is nog lang geen structureel onderdeel van het beleid. Er is dus nog heel wat te winnen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *