De geschiedenis van de gaswinning in Groningen begint in 1959, toen de NAM (Nederlandse Aardolie Maatschappij) bij Slochteren het grootste aardgasveld van Europa ontdekte. Dat ene boorgat veranderde Nederland voorgoed. Tientallen jaren lang pompte de industrie gas omhoog dat de staatskas vulde met honderden miljarden euro’s, maar dat ook een prijs had die steeds zichtbaarder werd: aardbevingen, schade aan huizen en een provincie in onzekerheid.

Om de gaswinning in Groningen echt te begrijpen, helpt het om de geschiedenis stap voor stap te volgen. Want van eerste boring tot definitieve sluiting: het is een verhaal van meer dan zestig jaar.

De eerste gasvondsten in Nederland (1948-1959)

Voor de geschiedenis van de gaswinning is 1948 een belangrijk jaar. Dat jaar vond de NAM voor het eerst aardgas in Nederland, in de provincie Drenthe bij Coevorden. Dit was nog een kleinschalige vondst, maar het zette onderzoekers op het spoor van wat er in de Groningse ondergrond zat.

Op 22 juli 1959 boorde de NAM bij Slochteren een put die alles zou veranderen. De hoeveelheid aardgas bleek enorm: uiteindelijk werd het gasveld geraamd op zo’n 2.800 miljard kubieke meter winbaar gas. Dat maakte het Groningenveld decennialang het grootste aardgasveld van Europa en een van de grootste ter wereld. De ontdekking werd al snel “een goudmijn” genoemd, al was het gas en geen goud.

Opbouw van de winning: de jaren zestig en zeventig

In de jaren zestig ging de productie snel van start. De Nederlandse staat sloot in 1963 een overeenkomst met Shell en ExxonMobil (de twee moederbedrijven van de NAM) over de exploitatie. De overheid had via een aandeel in de Maatschap Groningen recht op een deel van de opbrengsten. Gasunie, opgericht in 1963, zorgde voor het transport en de verkoop van het gas aan binnen- en buitenland.

In de jaren zeventig versnelde de winning verder. De oliecrisis van 1973 maakte aardgas nog waardevoller, en Nederland exporteerde grote hoeveelheden naar buurlanden als Duitsland, België en Frankrijk. De inkomsten voor de Nederlandse staat liepen in deze periode fors op. Economen noemden later de schaduwkant hiervan “de Hollandse ziekte”: de rijkdom uit gas onderdrukte de ontwikkeling van andere industrieën doordat de munt duur bleef.

Piekproductie en de eerste signalen van bodemdaling

De productie bereikte pieken in de jaren tachtig. Op sommige jaren werd meer dan 80 miljard kubieke meter gas per jaar gewonnen uit het Groningenveld. De bodem in de provincie daalde meetbaar, al werd dat lange tijd niet als acuut probleem gezien. Wetenschappers wisten dat gaswinning bodemdaling veroorzaakt, maar de effecten op gebouwen en veiligheid werden aanvankelijk onderschat of niet breed gecommuniceerd.

Vanaf de jaren negentig was bodemdaling in Groningen een vastgesteld gegeven. Toch bleven de productiehoeveelheden hoog, mede omdat de gasopbrengsten een belangrijk deel van de rijksbegroting vulden. Schattingen over de totale opbrengst voor de Nederlandse staat lopen uiteen, maar bedragen richting de 400 miljard euro worden door historici en economen als realistisch gezien over de gehele winningsperiode.

De aardbeving bij Huizinge (2012) als kantelpunt

Op 16 augustus 2012 vond bij Huizinge de zwaarste aardbeving plaats die tot dan toe in Groningen was gemeten: een kracht van 3,6 op de schaal van Richter. Dit was het echte kantelpunt in de publieke en politieke discussie. Voor veel Groningers was dit het moment waarop duidelijk werd dat de winning serieuze risico’s met zich meebracht.

Het Staatstoezicht op de Mijnen adviseerde na Huizinge om de risico’s grondig te onderzoeken. Het KNMI en andere onderzoeksinstellingen stelden vast dat de aardbevingen niet het gevolg waren van natuurlijke tektoniek, maar direct werden veroorzaakt door de gaswinning. Compactie van het gasveld, door de drukafname in de ondergrond, zorgde voor spanningen die zich ontlaadden als bevingen.

Afbouw van de gaswinning in Groningen: 2013-2024

Na Huizinge begon een lange periode van politieke besluitvorming over het afbouwen van de winning. In 2013 verlaagde het kabinet de productie voor het eerst als directe reactie op seismisch risico. De jaren daarna volgden meerdere verlaging in stappen, mede na nieuwe bevingen en aanhoudende druk van bewoners en gemeenten.

In 2018 kondigde minister Eric Wiebes aan dat de gaswinning zo snel mogelijk volledig zou worden gestopt. Het jaar 2030 werd als streefdatum genoemd, maar later werd dit vervroegd. Op 8 oktober 2023 werd de reguliere gaswinning uit het Groningenveld officieel gesteld op nul. Alleen voor noodsituaties bleef een kleine reserve beschikbaar. In 2024 werden ook de laatste productielocaties formeel gesloten.

Wat bracht de gaswinning Groningen en Nederland?

De gaswinning leverde Nederland decennialang enorme inkomsten op die bijdroegen aan de verzorgingsstaat, infrastructuur en onderwijs. Groningen als provincie profiteerde daar slechts beperkt van: de opbrengsten vloeide grotendeels naar Den Haag. Ondertussen kampen duizenden Groningers met schade aan hun woningen, waardedaling van huizen en psychische gevolgen van de aanhoudende onzekerheid.

Het schadefonds en de versterkingsoperatie voor onveilige woningen zijn nog volop in gang. De discussie over wie verantwoordelijk is en hoe bewoners worden gecompenseerd, loopt tot op de dag van vandaag door. De gaswinning in Groningen is daarmee niet alleen een verhaal over energie en economie, maar ook over bestuur, vertrouwen en de vraag wie de rekening betaalt als een nationaal belang lokale schade aanricht.

De geschiedenis van de gaswinning in Groningen loopt van een hoopvolle ontdekking in 1959 via decennia van welvaart naar een pijnlijk besef dat de prijs ongelijk is verdeeld. Met de stopzetting van de winning in 2023 en 2024 is een tijdperk afgesloten, maar de gevolgen voor Groningen zijn nog lang niet voorbij.